Activiteiten & Actueel

Van Kalahari naar Kaapstad

Piet Groot

Voor de aankondiging van deze lezing klik hier

‘Van Kalahari naar Zuidkaap’. En zo kon het gebeuren dat we voor ‘Piet Snot’ naar De Nieuwe Doelen in Enkhuizen kwamen. Zo heette namelijk een geel bloeiende plant, maar dan wel één van de vele bijzondere en interessante planten die Jan Lubbers op zijn sledes voorbij liet glijden. Sommige plantennamen zijn in het Afrikaners, dus Nederlands achtig, en daar zit je dan dus voor Piet Snot.


Die Jan (vergezeld door zijn vrouw) kennen de meesten al. Erg opvallen tussen die (ongeveer vijftig aanwezige) Groei & Bloeiers deed hij niet: ongeveer (geschat) vijfenzeventig jaar, kaal, grijs, brilletje, snorretje, dus heel onopvallend gewoon. En toch is hij heel bijzonder. Hij staat namelijk bekend om zijn beslist ongeëvenaarde, zeer verrassende en op originele wijze ingerichte rotstuin. Daarover heeft hij al eerder een indrukwekkende lezing gegeven, terwijl meerdere leden zijn exclusieve paradijs in Twello ook zelf hebben bezocht.

Bij de lezing op 23 oktober 2013 (waar ik dus over schrijf) ging zijn interesse dan ook uit naar dit soort planten en hij heeft in het Kalaharische ook wel stiekem wat zaadjes en stekkies meegepikt die nu in zijn kas en rotstuin bloeien.

De nadruk lag op de vele bijzondere planten die hij zo al tegen was gekomen – terwijl hij lodgehoppende van Upington, zigzaggend met zijn huurauto, naar de punt van de Kaap tufte, mean­derende van plantje naar plantje om daarvoor te knielen of helemaal plat te gaan dan wel andere standjes uitprobeerde – om ons dat bijzondere plantje (zoals Piet Snot) te kunnen laten zien. Dat hij zijn startplaats Upington überhaupt had bereikt, was een soort Russische roulette geweest: een vlucht in zo’n pruttel-één-propellertje van de maatschappij LINK vanuit Johannesburg. Maar dat had hij wel over voor Piet Snot.

De Kalahari is een soort savanne zonder echt scherpe grenzen. Zij strekt zich uit over Botswana, Namibië en de westkant van Zuid-Afrika.
Als je daar al eens een mens tegenkwam vroeger, dan kon dat zomaar een echte ouderwetse Bosjesman of -vrouw zijn, maar tegenwoordig hebben die geen giftige pijltjes meer en lopen zij in C&A-kleren.

De oppervlakte van de Kalahari is ongeveer drie keer Duitsland en de lengte is ongeveer 4000 km, dus Jan heeft wel een paar stukjes overgeslagen.
Bij zo’n grote oppervlakte komen natuurlijk allerlei wisselende landschappen voor: granietrotsen, savannes met wisselende vegetaties en zandduinen die zich verplaatsen.

Ineens moest Jan eens remmen, anders was hij met zijn huurtuf zo een echte canyon ingedoken. Volgens zeggen is die Fish River Canyon kleiner dan de bekende Grand Canyon, maar volgens Wikipedia is die weliswaar minder diep, maar langer en net zo breed of breder. Volgens Jan 800 meter, volgens Wiki 550 meter, maar Jan zal wel gelijk hebben. In ieder geval een canyon die diep genoeg is om een aardige smak naar beneden te maken.

Een ander verschil is wel dat de Colorado-river door de Grand Canyon bruist, terwijl door de Fish River Canyon zoiets als ‘De Kromme Leek’ stroomt en de fish inmiddels zijn afgepeigerd.

Het gros van de planten die langs gleden was apart en bijzonder, hoewel sommige ons inmiddels wel hebben bereikt, zoals de Aloë-variëteiten (totaal ongeveer vierhonderd) die daar als onkruid groeien. De meeste planten waren dan ook zogenoemde ‘Succulenten’: bloeiende Aloë-soorten van een half metertje tot 18 meter.

Een kleine selectie uit datgene wat langs kwam: de Middagbloem (slaapt tot de middag), de zeer giftige Euforbia, het Geldbeursje, de (bloeiende) levende steentjes (die je gezien had moeten hebben), de Statelia Giganteum (die de sterren van de hemel af stinkt), Vetkousie en Primosie, Babybilletjes,Kattepootjes, Vinger en Duim, een (heel veld) gele Lupine. Ook waren er nog allerlei bolgewasjes, zoals een wilde Iris, Baviana, soorten Oxalis en Sparaxis en Kaapse Dahlia. En dan de Protea’s in vele soorten, en niet te vergeten: de Suikerbossies, de Cigarettenbossie, de Rooibossie enzovoort.

Alles wat op een boom leek was ook anders dan we kennen: de Kokerboom bijvoorbeeld, eigenlijk een Aloë vetplant, waarvan de Bosjesmannen pijlen­kokers maakten; de Boabboom, die veel vocht bevat; en dan een gedrocht van pakweg tweeëneenhalve meter, dat Halfmens werd genoemd.

Verder was Jan ook nog wel van de diertjes en miertjes. Jan had een top­pertje gekiekt van een miertje met een drie keer groter bloemetje in de bek. Volgens Jan ging die zijn vrouwtje blij maken. Het miertje zal wel wat goed te maken hebben gehad.
De Hoornraaf, Wevervogel, IJsvogel, Secretaris­vogel, Kraanvogel en dan de grote jongens zoals de Namibische leeuw, giraffe, olifant, neushoorn, klipspringer, bergzebra en dromedaris, geen dier wist aan de veelvraat van een camera van Jan te ontkomen.

We kwamen dus niet alleen voor Piet Snot.

meer
16
Feb
Sneeuwklokjes vitaminen
15
Feb
LENTEBODEN
Menu