Activiteiten & Actueel

Verslag lezing Natuurlijke ontmoetingen

Piet Groot

Voor de aankondiging van deze lezing klik hier

Ben van Bokhoven gaat graag vroeg zijn bed uit om zijn natuurfoto's nu nét dat streepje meer te geven wat hem herkenbaar maakt als topfotograaf. Het was dan ook vooral de kwaliteit van de opnames die met veel liefde en geduld tot stand waren gekomen. Gelukkig voor hem was er ene Lia Kok waar hij lief en leed in zijn leven mee deelt, die hem vergezelde als ze lange tijd samen in dat vogelhutje doorbrachten om bijvoorbeeld een baltsend futenpaartje stiekem te begluren, wat wel inspirerend gewerkt zal hebben, maar verder verraden die futen, karekietjes, houtsnippen, en roerdompen natuurlijk niets.

Een beetje afwijkend van andere lezingen was het wel, want we werden nogal eens van hot naar her gehusseld, maar wel steeds naar plaatsen waar we nog nooit eerder waren geweest. Verder weten we weinig van Ben, alleen dat hij een fervent natuurfotograaf is en daarbij een vogelaar ofwel één met voorkeur voor het vliegend gebroedsel, en dat hij door specifieke zaken gefascineerd wordt, en dit graag met een clubje Groei & Bloeiers of Plattelandsvrouwen of wie dan ook komt delen, gesteund door Lia, die af en toe een tijdje zelf de microfoon overneemt.

Bij ons is hij geen onbekende door een lezing van vier jaar terug over het Noorderlicht, die ook spectaculair was door zijn fotografeerkunst, en zijn management met lenzen, sluitertijden, lichtinval en zo meer.

We schrijven 15 januari 2014: regenachtige avond, De Nieuwe Doelen, kopje lekkere koffie en om acht uur van start. Ben is zo iemand die in veel zaken een goed plaatje ziet: dat kan een spinnenweb zijn met dauw­druppeltjes, of een mooie zonsopgang die hij vanaf het dakterras in zijn woning aan de rand van een natuurgebied in de Zaanstreek kan foto­graferen, waarna hij daar maar van start gaat met rood- en blauwborsten die hij vetmest met meelwormen en tussen veel vogels ook wat aparte plantjes, zoals de rietorchis en de bijenorchis.

En passant dan nog een serie van kruiend ijs. IJs kruit niet alle dagen dus even er bij zijn. Echt spectaculair is dan zijn serie over de vliegende spreeuwengroepen, zo’n honderdduizend van die zwarte gespikkelde vliegbeesten bij elkaar die een geweldige show opvoeren. Veel foto’s met een filmpje toe.

Terwijl de spreeuwen in ons onderbewustzijn nog nadansten, stonden we ineens bij onze zuiderburen in een bos waar de meesten nog nooit van gehoord zullen hebben, laat staan er geweest: het Hallerbos. In dat bos is het zeker goed toeven, vooral als het in bepaalde stukken volledig blauw kleurt door de boshyacint, maar afgewisseld door bosanemonen en speen­kruid en salomonszegel. Maar ook een langsprietmot (meer spriet dan mot) of het oranjetipje (vlinder) ontsnappen niet aan de specifieke lens van Ben. Op Wikipedia lezen we een lange en indrukwekkende geschiedenis van het bos. Nu is het er heel rustig en goed toeven, maar in de Eerste Wereldoorlog was het lange tijd frontlijn en kapten de Duitsers alle bomen voor hun tijdelijke onderkomens (loop­graven) en was het er minder rustig en minder goed toeven. Zou nog veel van te zeggen zijn, en nog even een filmpje met een muziekje na, maar we moeten snel door naar een plek waar ook nog weinigen mee bekend zijn, laat staan zijn geweest: je moet er per boot naar toe. Voor het strand word je in kleine bootjes geladen en is het bijna pootje baden om aan land te komen: het eilandje Helgoland. Ongeveer zeventig meter uit de kust van Noord-Duitsland waar Ben en Lia vooral aangetrokken werden door gevleugelde vrienden, zoals de imponerende en baltsende Jan van Genten, zeekoeten en aanverwanten, en de gewone en grijze zeehond die een eigen hangplek hebben aan de andere zijde van het eiland. Het eiland is tweeëneenhalf maal zo groot als vogeleiland ‘De Kreupel’ en heeft een bewonersaantal minder dan Lutjebroek (ongeveer veertienhonderd), maar met een imponerende geschiedenis, en ook een unieke vorm, omdat het veertig meter uit het water oprijst, met een pilaar (Lange Anna) van ruim zestig meter. Wel een paar jongensboeken over te schrijven: minimaal tienmaal veroverd en van eigenaar verwisseld, zelfs onze eigen Rad­boud kwam langs, Vikingen, piratennest, smokkelaarsnest, duikbotenstation, alle be­woners verwijderd in de Eerste Wereldoorlog. Was in 1890 geruild met de Britten voor Zan­zibar (en toen pas Duits), 1554 km2 tegen 1,7 km2, het is maar wat je ruilen noemt. In de Tweede Wereldoorlog nog eens plat­gebombardeerd door dezelfde Britten, maar nu delen de veertienhonderd bewoners het vredig met de toeristen/
vogelaars, vogels en zeehonden. Het enige spannende is wanneer de Lange Anna afpeigert en omvalt. Zo kom je nog eens ergens. Geslaagde avond.

meer
16
Feb
Sneeuwklokjes vitaminen
15
Feb
LENTEBODEN
Menu